Sport

Sportief legde ik de lat voor mezelf altijd zeer hoog, en dat wierp z’n vruchten af!. De basis daarvoor was natuurlijk gelegd in m’n Indonesische jeugd. Denk aan het klauteren in bomen, bergen beklimmen en altijd op geaccidenteerd terrein spelen, etc. Fysieke behendigheid en het geluk te beschikken over een goed gestel, hebben meegewerkt, maar zeker ook het gevarieerd eten en het leven in de gezonde Indonesische berglucht op grote hoogte. Eenmaal in Nederland gaf dat via de gymnastieklessen meteen wat status op school. Bij elke sport was of werd ik fanatiek, wilde winnen, trainde hard, op zowel  techniek als conditie. Ik heb me in de loop der jaren op vele takken van sport gestort, waarin ook prijzen zijn gehaald: tafeltennis, basketbal, volleybal, voetbal en badminton gingen me goed af in competities, waarbij badminton mij zelfs even liet ruiken aan de top-10 van Nederland rond m'n 35-ste.

Sport heeft mij altijd geboeid, en ik was daarbij altijd super fanatiek, wilde het hoogste bereiken, maar ik wilde dat ook in iedere sport. Dat gaat simpelweg niet samen. Je mag al blij zijn als je het in één van die sporten voor mekaar krijgt een landelijk topniveau te benaderen. Op bijgaande actiefoto uit een Amstelveense krant uit 1986 ben ik te zien met badminton in de hoogste klasse  van Nederland.  De badminton foto rechts ernaast laat iets anders zien, namelijk de uitvoering van een van de moeilijkste slagen in het badminton: een backhand lob die zo flitsend geslagen  is dat  de veren  shuttle vanuit  hoogte in de buurt van de achterlijn aan de overkant van het net zal vallen: een verdedigende slag die je even tijd geeft om weer te recupereren. Beide foto’s tonen ook de perfecte balans van het lichaam en ook de snelheid van de shuttle in de lucht, sneller dan de camera kon bijhouden.  En  wat bij deze foto ook leuk is, is de bewondering van het publiek erbij, mijn fans indertijd šŸ˜Š.

Ook heb ik altijd van een symmetrische ontwikkeling gehouden: zowel links als rechts proberen te  ontwikkelen waar mogelijk, om scheefgroei te voorkomen. Bij de meeste sporten moet je echter wel kiezen voor jouw van nature beste kant. Maar iets als een gemiste kans bij rechtsbenige voetballers die een bal liever met buitenkant rechts hadden willen scoren in plaats van eenvoudig met binnenkant links, irriteert mij.

Ik zocht – en zoek nu, op m’n ouwe dag af en toe nóg – de grenzen op. Een valkuil waarmee ik rekening moet leren houden. Maar naarmate ik ouder werd, kwam de noodzaak en ook het begrip om het toch wat kalmer aan te doen, om blessures te vermijden, ook om te voorkomen dat je vanwege die blessure bijvoorbeeld thuis moet blijven en dus het werk er onder kan gaan lijden.  

Vanaf mijn 37-ste, toen ook mijn vrouw in verwachting was van ons eerste kind, begon ik bewust wat minder risico’s te nemen, wat minder explosiviteit in de bewegingen te stoppen om blessures te voorkomen.  Er volgden wat duursporten, zoals fietsen en lange afstandslopen, waaronder 16x de Dam-tot-Dam loop, 4 halve Marathons, enkele Grachtenlopen in Amsterdam en zelfs één hele Marathon, en dat allemaal in de periode tussen m’n 37-ste en 65-ste. Fietsen en joggen doe ik nu (anno 2021) nog, maar op een wat lager pitje, en daarnaast tafeltennis, om behalve het lichaam ook de geest  te blijven prikkelen; het is immers een subtiele en technische sport met volop spanning en concentratie. Balsporten heb ik sowieso wel altijd leuker gevonden dan duursporten, vooral vanwege de soms verfijnde techniek die je ervoor nodig hebt, maar ook wel door de gezelligheid eromheen. Later begon het fietsen mij steeds meer te trekken  en ontdekte ik daar ook wel de combinatie van in- en ontspanning, van lichamelijke ontwikkeling en gezelligheid met  het streven naar algemene gezondheid als belangrijkste motief.